Lang zaten Johnny Jansen en Gerry Hamstra vorige week woensdag niet tegenover elkaar. De technisch directeur had de hoofdtrainer verzocht om naar zijn kantoor te komen, waar hij vertelde dat de optie die in het aflopende contract van Jansen zit niet gelicht zal gaan worden. ‘Prima’, reageerde de oefenmeester kalmpjes. Veel meer werd er niet besproken. Een kleine minuut later stond Jansen alweer buiten.
‘En zo voelt het ook echt, dat het wel prima is om uit elkaar te gaan’, reageert Jansen nu op zijn naderende vertrek bij PEC, waar hij straks twee seizoenen heeft gezeten. ‘Dat gevoel was al een tijdje aanwezig bij mij. Je hoopt natuurlijk wel dat de club zegt dat ze met je verder willen, dat is altijd het mooist, maar als dat was gebeurd, dan was het nog absoluut geen zekerheid geweest dat ik ook daadwerkelijk langer was gebleven.’
Er waren immers best wat dingen waar Jansen tegenaan liep bij PEC, de club die hem na de promotie naar de Eredivisie binnenhaalde als de opvolger van de naar Castellón vertrokken succestrainer Dick Schreuder. Constant was er onrust, constant waren er zorgen. Over de selectie, over de financiële moeilijkheden, over de trainingsfaciliteiten. Zaken waar Jansen geen directe invloed op had, maar waar hij wel mee moest omgaan.